Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC2563

Datum uitspraak2008-01-16
Datum gepubliceerd2008-01-23
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200709121/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Beroep is ingesteld tegen het besluit van verweerder van 18 december 2007, waarbij de bezwaren tegen het besluit van 6 september 2007 tot verlening van een tijdelijke vergunning als bedoeld in artikel 16 van de Natuurbeschermingswet 1998 aan de Faunabeheereenheid Zeeland voor het uitvoeren van populatiebeheer door middel van afschot van damherten in het beschermd natuurmonument 'Manteling van Walcheren' (hierna: het natuurgebied) ongegrond zijn verklaard. Verzoekster heeft de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.


Uitspraak

200709121/2. Datum uitspraak: 31 december 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: de stichting 'Stichting Duinbehoud', gevestigd te Leiden, verzoekster, en het college van gedeputeerde staten van Zeeland, verweerder. Openbare zitting gehouden op 31 december 2007 om 13.00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, Voorzitter Ambtenaar van Staat: mr. B. Klein Nulent Verschenen: Verzoekster, vertegenwoordigd door drs. A.C.K. van der Meulen; Verweerder, vertegenwoordigd door mr. J.J. Versteeg, ambtenaar van de provincie; Faunabeheereenheid Zeeland, partij, vertegenwoordigd door J. Ramondt en L. Polvliet. 1. Procesverloop Beroep is ingesteld tegen het besluit van verweerder van 18 december 2007, waarbij de bezwaren tegen het besluit van 6 september 2007 tot verlening van een tijdelijke vergunning als bedoeld in artikel 16 van de Natuurbeschermingswet 1998 aan de Faunabeheereenheid Zeeland voor het uitvoeren van populatiebeheer door middel van afschot van damherten in het beschermd natuurmonument 'Manteling van Walcheren' (hierna: het natuurgebied) ongegrond zijn verklaard. Verzoekster heeft de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter wijst het verzoek af. Daartoe wordt het volgende overwogen. Verweerder heeft terecht, met verwijzing in zoverre naar de uitspraak van de Afdeling van 28 februari 2007, nr.